Een buurman als influencer?

Terwijl ik in 2016 schreef aan mijn artikel over Adriaan Snoek op Westerhout,1Henk van der Eijk, ‘Westerhout in Haarlem – zes maanden werk voor Adriaan Snoek’, in: Arinda van der Does en Jan Holwerda (red.), Tuingeschiedenis in Nederland II: Denken en Doen in de Nederlandse tuinkunst 1500-2000 (s.l. 2016), p105-114 (Uitgeverij Tuinhistorisch Genootschap Cascade). hoorde ik al over de aanstaande publicatie van een achttiende-eeuws verslag van een reis van enkele Zeeuwse heren naar Engeland.2Ineke Storm van Leeuwen-van der Horst, Reislustige Zeeuwse regenten. De reis van Isaac en Paul Hurgronje, Paulus Ribaut en Johan Steengracht naar Londen in 1769, Hilversum 2017 (Uitgeverij Verloren). Pas onlangs kocht ik dit boek, en al vrij snel vond ik iets opvallends.

Snoek ontwierp in de herfst van 1775 een geheel nieuwe tuin voor de buitenplaats van Jan Jacob Brants, Westerhout, op de grens van Haarlem en Heemstede. Onderdeel van deze nieuwe aanleg was de uitbreiding van wat Snoek het Engels bossie noemde, in november 1775.3Van der Eijk, op.cit., p109. Uit het kasboek van Brants bleek, dat die oorspronkelijke landschappelijke aanleg ongeveer een jaar eerder moet zijn gecompleteerd: in januari 1775 werd de bekende kweker Jacobus Gans namelijk betaald voor het leveren van dive boompjes in ‘t Eng. bosje.4Van der Eijk, op.cit., p108, n16.

Westerhout en Spruytenbosch ten zuiden van de Meester Lotte Laan, ten oosten van de Wagenweg (in blauwgroen), circa 1818 (klik voor een grote versie).

De broers Isaac en Paul Hurgronje ondernamen in 1769 samen met Paulus Ribaut en Johan Steengracht een reis naar Londen en Zuid-Engeland. Zij bezochten onder meer Painshill, Hampton Court, Stowe en Wilton House. Een jaar eerder was Paul Hurgronje bij de Admiraliteit van Amsterdam benoemd tot vertegenwoordiger van de Admiraliteit van Zeeland.5Storm van Leeuwen-van der Horst, op.cit., p21. Hij verhuisde naar Amsterdam en begin 1774 trouwde hij daar met Jacoba Berewout (1737-1787).6Hun ondertrouw werd aldaar vastgelegd op 31 januari 1774. Ruim een jaar later, op 15 april 1775, kochten zij de Heemsteedse buitenplaats Spruytenbosch.7Storm van Leeuwen-van der Horst, op.cit., p24. Deze grensde aan Westerhout, de buitenplaats die Jan Jacob Brants in 1772 na het overlijden van zijn schoonvader had geërfd.8De afbeelding toont een detail van het Kadastraal minuutplan Heemstede, sectie A (genaamd Schouwbroeker), blad 01. Opmeting door landmeter F.J. Nautz, volgens het Noord-Hollands Archief in 1818. Zie over Spruytenbosch en een kaart uit 1791 waarop beide buitenplaatsen staan vermeld: Igor Wladimiroff, Hollandse Datscha’s. Hollandse en Utrechtse buitenplaatsen van Amsterdamse kooplieden op Rusland, circa 1600-1800, Heemstede 2019, p174-177 (Kantoor Verschoor).
Let wel: de voetnootnummering klopt hier niet helemaal. Zie p222, waar voetnoot 345 bij het hoofdstuk Spruytenbosch is ondergebracht, terwijl dit nummer in de tekst in het hoofdstuk Welgelegen voorkomt (p178).

Brants en zijn vrouw Anna Maria de Neufville (1742-1782) waren al direct na de overname van Westerhout begonnen met het maken van veranderingen in de aanleg. Het echtpaar is waarschijnlijk zelf op het idee gekomen om een (kleine) landschappelijke tuin aan te leggen. Voor inspiratie hoefden zij alleen maar iets naar het zuiden te reizen om de aanleg van Bosch en Hoven te bekijken, en dat was niet de enige optie in de omgeving. Maar een directe zuiderbuur die dergelijke tuinen en parken in Engeland met eigen ogen heeft gezien – is het denkbaar dat zij daarmee niet over de invulling van hun tuinaanleg hebben gesproken?

Ten tijde van de eerste aanleg van het Engels bosje waren Hurgronje en Brants nog geen buren, maar tijdens de uitbreiding ervan een jaar later wel. Heeft Hurgronje al een klein half jaar na de aankoop van Spruytenbosch aanwijzingen kunnen geven voor het ontwerp van dit deel van de tuin van Westerhout? Of eventueel later, toen het deel van Snoek’s ontwerp dat aan Spruytenbosch grensde, al in 1778/79 door Johannes Montsche werd omgevormd tot een zogenoemde Engelse Boomgaard (door diezelfde Montsche in 1781 overigens alweer aangepast)?9Henk van der Eijk, ‘Westerhout na Adriaan Snoek: Montsche en Michael’, in: Cascade bulletin voor tuinhistorie, Jaargang 2017 (26), nr. 1, p9-24, met name p11-12.

Footnotes

↑ 1. Henk van der Eijk, ‘Westerhout in Haarlem – zes maanden werk voor Adriaan Snoek’, in: Arinda van der Does en Jan Holwerda (red.), Tuingeschiedenis in Nederland II: Denken en Doen in de Nederlandse tuinkunst 1500-2000 (s.l. 2016), p105-114 (Uitgeverij Tuinhistorisch Genootschap Cascade).
↑ 2. Ineke Storm van Leeuwen-van der Horst, Reislustige Zeeuwse regenten. De reis van Isaac en Paul Hurgronje, Paulus Ribaut en Johan Steengracht naar Londen in 1769, Hilversum 2017 (Uitgeverij Verloren).
↑ 3. Van der Eijk, op.cit., p109.
↑ 4. Van der Eijk, op.cit., p108, n16.
↑ 5. Storm van Leeuwen-van der Horst, op.cit., p21.
↑ 6. Hun ondertrouw werd aldaar vastgelegd op 31 januari 1774.
↑ 7. Storm van Leeuwen-van der Horst, op.cit., p24.
↑ 8. De afbeelding toont een detail van het Kadastraal minuutplan Heemstede, sectie A (genaamd Schouwbroeker), blad 01. Opmeting door landmeter F.J. Nautz, volgens het Noord-Hollands Archief in 1818. Zie over Spruytenbosch en een kaart uit 1791 waarop beide buitenplaatsen staan vermeld: Igor Wladimiroff, Hollandse Datscha’s. Hollandse en Utrechtse buitenplaatsen van Amsterdamse kooplieden op Rusland, circa 1600-1800, Heemstede 2019, p174-177 (Kantoor Verschoor).
Let wel: de voetnootnummering klopt hier niet helemaal. Zie p222, waar voetnoot 345 bij het hoofdstuk Spruytenbosch is ondergebracht, terwijl dit nummer in de tekst in het hoofdstuk Welgelegen voorkomt (p178).
↑ 9. Henk van der Eijk, ‘Westerhout na Adriaan Snoek: Montsche en Michael’, in: Cascade bulletin voor tuinhistorie, Jaargang 2017 (26), nr. 1, p9-24, met name p11-12.
Summary

The publication of a richly illustrated travel journal, a trip through Southern England and to London undertaken by four Dutchmen in 1769, leads to new ideas about a garden in the Netherlands. Paul Hurgronje, one of the 1769 travellers, went on to buy an estate in Heemstede in 1775 (Spruytenbosch). I have written extensively about the garden layout of Westerhout, bordering to the north of Spruytenbosch, in these years. And I am now left wondering whether Hurgronje’s direct knowledge of English gardens and parks may have influenced the landscape style layout of Westerhout, his direct neighbours?

Continue reading

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *