De Kleefse reis van Jan Jacob Brants

In het archief van de familie Brants bevindt zich een briefje met een kostenoverzicht van een reisje naar Kleef.1Stadsarchief Amsterdam (SAA), Toegang 88, Archief van de familie Brants en aanverwante families, inv.nr. 107 G. Inventarisnummer 107 is een verzameling grotendeels chronologisch geordende pakketten met rekeningen en kwitanties, betaald door Jan Jacob Brants. Pakket G is het zevende deel in deze verzameling. Brants schrijft ‘Cleeve’; de naam van de stad wordt in het Duits nu als Kleve geschreven, maar in het verleden ook wel als Cleve. Wie het schreef is onduidelijk, maar gezien de vindplaats ligt Jan Jacob Brants voor de hand. Het briefje bevindt zich immers in zijn financiële administratie en J.J. Brants was een van de drie reizigers. De eigenaar van de op de grens van Haarlem en Heemstede gelegen buitenplaats Westerhout nam de helft van de kosten voor zijn rekening, de overige kosten werden verdeeld over de twee andere reizigers.2Ik schreef eerder twee artikelen over de ontwikkeling van de tuin van Westerhout door Brants: Henk van der Eijk, ‘Westerhout in Haarlem – zes maanden werk voor Adriaan Snoek (1775-1776)’, in: Arinda van der Does en Jan Holwerda (eds), Tuingeschiedenis in Nederland II: Denken en Doen in de Nederlandse tuinkunst 1500-2000 (s.l. 2016), p105-114.; en Henk van der Eijk, ‘Westerhout na Adriaan Snoek: Montsche en Michael‘, in: Cascade bulletin voor tuinhistorie, Jaargang 2017 (26), nr. 1, p9-24. Ruim een jaar geleden schreef ik dit stukje over de reislustige heer die op een mogelijk cruciaal moment de naastgelegen buitenplaats Spruytenbosch kocht. Gezien de context -het feit dat de overige rekeningen en kwitanties in dit pakket uit 1790 dateren- zal de reis in of rond dat jaar gedateerd moeten worden.

Schaep en De Wolf

Ik kan met moeite een glimlach onderdrukken als ik de namen van Brants’ reisgenoten lees: de heren Schaep en De Wolf. Hoeveel grappen zullen ze daar zelf onderweg over hebben gemaakt? Deze twee heren zijn nog niet geïdentificeerd. Mogelijk nam de heer Schaep op de terugweg in Voorthuizen of Amersfoort afscheid van het gezelschap: kosten voor het vervolg vanaf Amersfoort via Soestdijk en Naarden naar Amsterdam zijn alleen met De Wolf verrekend. Als Schaep inderdaad in Amersfoort of omgeving woonde, was Zeist bij aanvang van de reis voor de uit Amsterdam afkomstige Brants (en De Wolf?) mogelijk een ideale verzamelplaats, om van daar samen verder te reizen?

Het logement van Robbers

Een reisje naar Kleef hoorde natuurlijk al wat langer tot het standaardrepertoire van reizigers uit Nederland.3Hanneke Ronnes en Lotte van der Voort, ‘En masse naar Kleef; Op plezierreis in de achttiende eeuw’, De Achttiende Eeuw 47-2 (2015), p170-182. Johan Maurits van Nassau-Siegen (opdrachtgever van het Mauritshuis in Den Haag en stadhouder van Kleve vanaf 1647) had hier al in de zeventiende eeuw een lusthof laten aanleggen, die in de loop van de achttiende eeuw echter in verval raakte. De baden en kranen met mineraal water, gevoed vanuit bronnen die in 1741 waren ontdekt, betekenden in de tweede helft van de achttiende eeuw een nieuwe doorstart voor de stad en voor de ontwikkeling van tuinen en parken in de omgeving.4Wilhelm A. Diedenhofen, Klevische Gartenlust, Gartenkunst und Badebauten in Kleve (Kleve 1994).

Net als veel andere Nederlandse reizigers verbleven Brants, Schaep en De Wolf in het logement van Willem Robbers, die volgens de hiernaast weergegeven aankondiging vanaf juni 1762 in de rol van ‘fonteinmeester en hospes aan de bron’ logies en voedsel voor de gasten verzorgde.5In de Oprechte Haerlemsche courant van 25 mei 1762 (via Delpher). De familie Robbers zou hier gedurende anderhalve eeuw een logement runnen. In 1772 werd het Fontänenmeisterhaus in erfpacht uitgegeven aan de familie Robbers.6Wilhelm A. Diedenhofen, Klevische Gartenlust, Gartenkunst und Badebauten in Kleve (Kleve 1994), p84. Op pagina 81 van deze publicatie is het Fontänenmeisterhaus afgebeeld. Op onderstaande kaart uit 1855 is het logement duidelijk zichtbaar langs de ten noordwesten van Kleef gelegen weg naar Nijmegen, aan de zijde van de cascade en het amfitheater (noorden rechtsonder; klik op de afbeelding voor een duidelijker versie).7Detail van de kaart Cleve und Umgegend, overgenomen uit F.C. Char, Wegweiser durch Cleve und dessen nächste Umgebung mit einem Plane der Stadt und des Thiergartens, etc. (Kleve 1855). Via de digitale collectie van de British Library (link). Deze weg vormde de voortzetting van de in het noorden van de stad Kleef gelegen Cavariner Strasse (nu Kavarinerstrasse). Meer naar het zuiden lag wat op deze kaart de Alter Weg nach Nijmwegen wordt genoemd (nu Nimweger Strasse).

Ons drietal had vanuit het logement via een sparrenlaan snel toegang tot het amfitheater en de cascade, het bronhuis, de rest van de Tiergarten en de Forstgarten.8Een schets van de mogelijke activiteiten in Kleve zelf staat in Hanneke Ronnes en Lotte van der Voort, ‘En masse naar Kleef; Op plezierreis in de achttiende eeuw’, De Achttiende Eeuw 47-2 (2015), p170-182.

De reis

Het overzicht geeft helaas alleen inzicht in de kosten en waar deze ongeveer zijn gemaakt. Onbekend is hoe lang de reis duurde en hoe lang ze op een tussenstop verbleven. De notitie ‘te Amerongen &a‘ kan er op wijzen dat ze alleen dat dorp en kasteel hebben gezien, maar mogelijk hebben ze onderweg daar naartoe ook Huis Doorn, Broekhuizen of Zuylestein bezocht en de kosten samengevoegd onder de noemer Amerongen? Ze maakten er wel een soort kastelen- en paleizenreis van: op de heenweg Zeist, Amerongen, Doorwerth en Rosendael. Op de terugweg ging het langs Het Loo en Soestdijk. Dat natuurschoon ook een belangrijke rol heeft gespeeld, valt met deze route via de Utrechtse heuvelrug, de Grebbeberg en terug via de Veluwe natuurlijk niet uit te sluiten.

Doorwerth, Biljoen

Hoewel niet uitzonderlijk, is het bezoek aan kasteel Doorwerth extra interessant. Links is een plattegrond of ontwerp afgebeeld van de parkaanleg in de directe omgeving van het kasteel.9Gelders Archief, Toegang 0383 (Huis Doorwerth), inv.nr 82 [Kasteel Doorwerth met het omliggende park], [1784-1800], Public Domain Mark 1.0 licentie. De tekening wordt afwisselend toegeschreven aan Johan Philip Posth en Johann Georg Michael (die in 1783-84 op Doorwerth werkzaam was).10J.C. Bierens de Haan, Catalogusnummer 5 in de tentoonstellingscatalogus Meer om Cieraet als Gebruijck. Tuingeschiedenis van Geldersche buitenplaatsen. Kunstbezit van Geldersche kastelen. Gemeentemuseum Arnhem 1990, p56. Michael is interessant in verband met Jan Jacob Brants, omdat Brants op 20 mei 1789 een rekening van Michael ter waarde van ƒ500,- betaalde voor werk verricht aan de tuin van Westerhout: ‘a[an] J. G. Michael voor t graven & schoejen van het kommetje in de Moestuin &ca.11SAA, toegang 88, inv.nr 128, Kasboek Jan Jacob Brants betreffende de buitenplaats Westerhout bij Haarlem, 1773-1792. De rekening zelf is helaas (nog) niet gevonden. Dat ‘&ca‘ duidt waarschijnlijk op de aanleg van een slingerpad langs diezelfde moestuin, inclusief beplanting. Mogelijk verzorgde Michael ook een heraanleg van het door Adriaan Snoek aangelegde slingerbos achter Westerhout.12Henk van der Eijk, ‘Westerhout na Adriaan Snoek: Montsche en Michael‘, in: Cascade bulletin voor tuinhistorie, Jaargang 2017 (26), nr. 1, p9-24.
Bezocht Brants het kasteel van Doorwerth simpelweg omdat het op de route lag? Of ging hij er heen omdat hij een voorbeeld wilde zien van een aanleg van Johan Georg Michael die al enkele jaren oud was?

In dezelfde periode waarin Michael op Doorwerth werkte, werd hij eveneens betaald voor werk aan het park van Biljoen. Michael’s betrokkenheid bij dit park in Velp liep vervolgens door tot in 1792.13Erik Blok, ‘Wandelen in het Gelderse paradijs. Tuin en park van Biljoen en Beekhuizen’, in: Conrad Gietman en Jorien Jas (red.), Biljoen. Kasteel – Bewoners – Landgoed (Zwolle 2020), p239-271. Brants kwam tijdens zijn reis naar Kleef op de heen- en terugweg langs Arnhem en het trio gaf daar meer uit dan elders gedurende hun reis. Het is bijna ondenkbaar dat Brants daarbij geen bezoek bracht aan Biljoen.

Footnotes

Footnotes
1 Stadsarchief Amsterdam (SAA), Toegang 88, Archief van de familie Brants en aanverwante families, inv.nr. 107 G. Inventarisnummer 107 is een verzameling grotendeels chronologisch geordende pakketten met rekeningen en kwitanties, betaald door Jan Jacob Brants. Pakket G is het zevende deel in deze verzameling. Brants schrijft ‘Cleeve’; de naam van de stad wordt in het Duits nu als Kleve geschreven, maar in het verleden ook wel als Cleve.
2 Ik schreef eerder twee artikelen over de ontwikkeling van de tuin van Westerhout door Brants: Henk van der Eijk, ‘Westerhout in Haarlem – zes maanden werk voor Adriaan Snoek (1775-1776)’, in: Arinda van der Does en Jan Holwerda (eds), Tuingeschiedenis in Nederland II: Denken en Doen in de Nederlandse tuinkunst 1500-2000 (s.l. 2016), p105-114.; en Henk van der Eijk, ‘Westerhout na Adriaan Snoek: Montsche en Michael‘, in: Cascade bulletin voor tuinhistorie, Jaargang 2017 (26), nr. 1, p9-24. Ruim een jaar geleden schreef ik dit stukje over de reislustige heer die op een mogelijk cruciaal moment de naastgelegen buitenplaats Spruytenbosch kocht.
3 Hanneke Ronnes en Lotte van der Voort, ‘En masse naar Kleef; Op plezierreis in de achttiende eeuw’, De Achttiende Eeuw 47-2 (2015), p170-182.
4 Wilhelm A. Diedenhofen, Klevische Gartenlust, Gartenkunst und Badebauten in Kleve (Kleve 1994).
5 In de Oprechte Haerlemsche courant van 25 mei 1762 (via Delpher). De familie Robbers zou hier gedurende anderhalve eeuw een logement runnen.
6 Wilhelm A. Diedenhofen, Klevische Gartenlust, Gartenkunst und Badebauten in Kleve (Kleve 1994), p84. Op pagina 81 van deze publicatie is het Fontänenmeisterhaus afgebeeld.
7 Detail van de kaart Cleve und Umgegend, overgenomen uit F.C. Char, Wegweiser durch Cleve und dessen nächste Umgebung mit einem Plane der Stadt und des Thiergartens, etc. (Kleve 1855). Via de digitale collectie van de British Library (link). Deze weg vormde de voortzetting van de in het noorden van de stad Kleef gelegen Cavariner Strasse (nu Kavarinerstrasse). Meer naar het zuiden lag wat op deze kaart de Alter Weg nach Nijmwegen wordt genoemd (nu Nimweger Strasse).
8 Een schets van de mogelijke activiteiten in Kleve zelf staat in Hanneke Ronnes en Lotte van der Voort, ‘En masse naar Kleef; Op plezierreis in de achttiende eeuw’, De Achttiende Eeuw 47-2 (2015), p170-182.
9 Gelders Archief, Toegang 0383 (Huis Doorwerth), inv.nr 82 [Kasteel Doorwerth met het omliggende park], [1784-1800], Public Domain Mark 1.0 licentie.
10 J.C. Bierens de Haan, Catalogusnummer 5 in de tentoonstellingscatalogus Meer om Cieraet als Gebruijck. Tuingeschiedenis van Geldersche buitenplaatsen. Kunstbezit van Geldersche kastelen. Gemeentemuseum Arnhem 1990, p56.
11 SAA, toegang 88, inv.nr 128, Kasboek Jan Jacob Brants betreffende de buitenplaats Westerhout bij Haarlem, 1773-1792. De rekening zelf is helaas (nog) niet gevonden.
12 Henk van der Eijk, ‘Westerhout na Adriaan Snoek: Montsche en Michael‘, in: Cascade bulletin voor tuinhistorie, Jaargang 2017 (26), nr. 1, p9-24.
13 Erik Blok, ‘Wandelen in het Gelderse paradijs. Tuin en park van Biljoen en Beekhuizen’, in: Conrad Gietman en Jorien Jas (red.), Biljoen. Kasteel – Bewoners – Landgoed (Zwolle 2020), p239-271.
Summary

John Maurice, Prince of Nassau-Siegen was stadtholder of the German city of Kleve from 1647 onwards. He created his own paradise there and during the following centuries many Dutch travellers found their way to this city just across the border. Kleve (Kleef in Dutch) was also the destination for Jan Jacob Brants and his fellow travellers in or around 1790. The record of their trip (and the route taken) comes in the form of an overview of costs incurred. It raises the question whether Brants deliberately visited some gardens created by the architect he himself had employed just before he went on this trip. Johan Georg Michael had created gardens and parks closer to home, but Brants possibly wanted to see the ones further afield?

Continue reading

Leave a Reply

Your email address will not be published.