Subscribe to Posts via:
Email
RSS

Archive for the 'Fieldwork' Category

Het Actueel Hoogtebestand Nederland geeft een duidelijk beeld van het bergje in de bosrand op Wegdam, nabij Goor. Er zijn elders hoogteverschillen te zien die erop lijken te duiden dat er ooit een sterrenbos kan zijn geweest.

Laser altimetry technology reveals the location of what is most probably the footprint of a lost garden pyramid in The Netherlands. It seems to be several meters north from the location indicated on maps from the 1780’s, but it may have been moved towards the bank of the pond after that was created in 1792.
Until further on-site research is done, the idea that this shape is merely the result of an anomaly in the picture, can not be completely ruled out, though.

At Huys ten Donck, the building date of a now lost garden pavilion resembling Wilhelm Tell’s ‘kapelle’ on the rocky shores of the Vierwaldstättersee in Switzerland, was unknown. The estimate was that it was built circa 1800, although the layout of the garden it sat in, is known to have taken place in 1792.
One document in the house archive -a hand written version of the legend of Wilhelm Tell- mentions that this pavilion had just been built. This document is dated 29 September 1792. Earlier that year, a carpenter was paid ƒ219,- for his work on the ‘Capelleke Buyten’.
Both documents confirm that the pavilion was built simultaneously with the creation of this new layout of the garden (the ‘nieuwe werk’).

In de tuin van York House in Twickenham ligt een cascade waarop vrouwenfiguren in verschillende houdingen zijn uitgebeeld. Ze worden omschreven als een groep Oceaniden, maar die omschrijving dekt de lading niet. Het is geen homogene groep. De centrale figuur is wat betreft positie, handeling en gebrek aan interactie met de rest niet op hetzelfde niveau in te schalen. Ik vermoed dat het hier niet om een Oceanide gaat, maar om Venus, en wel om het type Venus Anadyomene.
De gevleugelde paarden met drakenstaarten(?) horen weliswaar niet bij de iconografie van Venus, maar het is bekend dat de gehele groep bestaat uit een deel van een partij beelden die ooit voor een andere opdrachtgever en een andere tuin waren besteld. In de verdeling van die boedel kunnen bij elkaar horende beelden van elkaar gescheiden zijn.

Ter gelegenheid van het verschijnen van mijn laatste publicatie: Van der Eijk, H.; ‘Jan Giudici, ontwerper van de ruïne in het park van Huys ten Donck’, in: PorteFolly nr.41 (winter 2014), p17-20.

Two postcards of Den Alerdinck show bridges (or just one of them from different angles) that once adorned the garden. The postcards are roughly dated 1949-1969, whether the photo’s were taken in this period is uncertain. The bridge(s) are probably built in the late 19th century, but that is a (my) wild guess. In stead, there is now a bland bridge that merely serves to get you to the other side -minimalist and dull.

The location where this bridge (or bridges) was, is currently private property and can only be used by the owners and their guests. If the chance of vandalism is this small, why not recreate these bridges in the spirit of the previous owners of the estate?

A bill concerning the delivery of two trees in 1771 for Huys ten Donck reveals a specific method for the planting of magnolias. They had to be planted in the pot they were delivered in. After one or two years this pot should then be broken, while in the ground.

Philip Miller originally suggested to keep the plant in pots for the first two years (after sowing), so the tender young plants could be brought in when necessary during those first years. After that, they went into the ground, pot-less.

Apparently the succes rate of newly planted magnolias had been below expectation. Magnolias ranked under the most expensive garden plants of the time, so losing one of those was a costly and frustrating affair. Twenty-five years after the Dutch translation of Miller’s work was published, their planting method in the Netherlands had changed -probably as a result of that.

De walvisbank die ooit in de tuin van Groenendaal in Heemstede stond, was een van de bekendste uit kaakbeenderen van walvissen opgebouwde tuinornamenten. Als datering wordt het begin van de 19de eeuw aangehouden, op het moment dat Adriaan Elias Hope eigenaar was van zowel Bosbeek als Groenendaal.
In de late jaren 1780 zien we aanwijzingen voor een hechte band tussen de moeder van Adriaan Elias Hope, de uit Rotterdam afkomstige Philippina Barbara van der Hoeven, en de eveneens in Rotterdam gevestigde familie Groeninx van Zoelen. Die laatsten kopen tussen twee bezoeken aan Bosbeek in, 6 walviskaakbeenderen.
Hier wordt de vraag gesteld of die beenderen misschien voor Bosbeek bedoeld waren?

Next »